In de schaduw van internationale spanningen en technologische rivaliteit heeft China zich stilaan opgewerkt tot een digitale grootmacht. Op 14 augustus liet de Chinese regering trots weten dat het land inmiddels op de tweede plaats wereldwijd staat wat betreft rekenkrachtcapaciteit. En dat is geen toeval. Achter die positie schuilt een jarenlange inspanning om niet alleen de infrastructuur van morgen te bouwen, maar ook de fundamenten van een nieuw digitaal tijdperk te leggen.
China, No 2 in global computing power, accelerates build-out as AI race heats upChina has invested massive resources to build digital infrastructure and plans an even stronger push in the future. |
Een netwerk dat nooit slaapt
De cijfers liegen er niet om. China beschikt momenteel over meer dan 4,5 miljoen 5G-basisstations, waarmee het de ruggengraat vormt van een hypermodern netwerk dat steden, dorpen, fabrieken en huishoudens verbindt. Maar het gaat niet alleen om snelheid. Ook het bereik en de betrouwbaarheid van die infrastructuur zijn indrukwekkend: meer dan 226 miljoen breedbandgebruikers maken gebruik van gigabitnetwerken, die tien keer sneller zijn dan traditionele breedbandverbindingen.
De datasector als nieuwe groeimotor
Die explosieve groei in digitale infrastructuur heeft geleid tot een economische krachttoename in de datasector. De marktwaarde van data-economieën in China bereikte eind 2024 bijna 6 biljoen yuan — dat is ruim 800 miljard dollar. Vergeleken met 2020 is dat een groei van meer dan 100 procent. Ondertussen zijn meer dan 400.000 bedrijven actief in datatechnologieën, van cloud computing tot kunstmatige intelligentie. De overheid beschouwt dit niet enkel als industrie, maar als een strategische troef.
China's data industry more than doubles in market size during 2021-2025 periodChina's data sector has seen significant growth during the 14th Five-Year Plan period (2021-2025), with notable strides made in market size and digital infrastructure, official data showed Thursday. |
Van afhankelijkheid naar digitale autonomie
Waar China ooit afhankelijk was van buitenlandse technologie, klinkt die tijd vandaag als een echo uit het verleden. De Chinese overheid benadrukt dat het land vooruitgang boekt in kerntechnologieën, zoals halfgeleiders, besturingssystemen en rekenkrachtplatformen. Door jarenlang te investeren in onderzoek, onderwijs en productiecapaciteit, probeert China de technologische kloof met andere wereldmachten te dichten — en in sommige gevallen zelfs te overbruggen.
De race om AI en infrastructuur
Deze digitale vooruitgang komt niet uit het niets. Ze is het resultaat van een nationale strategie die onder meer werd vastgelegd in het 14e Vijfjarenplan. Daarin staat de digitalisering van economie, samenleving en overheid centraal. Volgens topfunctionarissen wil China niet alleen een leider zijn in AI-toepassingen, maar ook in de fysieke infrastructuur die daarvoor nodig is: van datacenters tot supercomputers.
Een toekomst geschreven in algoritmen
De boodschap is helder: China wil niet langer enkel de fabriek van de wereld zijn — het mikt op de titel van datahoofdstad van de 21e eeuw. Door rekenkracht, connectiviteit en digitale innovatie samen te brengen, zet het land een volgende stap in zijn ambitie om zowel economisch als technologisch onafhankelijk te worden.









