In een wereld waar kunstmatige intelligentie (AI) steeds intelligenter en krachtiger wordt, rijst een fundamentele vraag: heeft ons huidige economische model – dat steunt op schaarste, werken en verdienen – nog toekomst? Volgens verschillende economen vormt economie de studie van de relatie tussen onze begeerten en middelen die schaars zijn en voor meerdere doelen ingezet kunnen worden. Maar als AI materiële overvloed brengt en complexe problemen oplost, botsen we op het keiharde principe van die schaarste: hoe zullen mensen dan nog hun inkomen verdienen en kunnen markten blijven functioneren?
Een herdefinitie van “basisinkomen”
De huidige discussies over universeel basisinkomen (UBI) worden herzien in het licht van AI. Het Australische Basic Income Lab pleit voor een visie waarin UBI geen liefdadigheid is, maar een “rechtmatige verdeling” van welvaart die voortkomt uit collectieve technologische vooruitgang. Deze benadering verschilt wezenlijk van klassieke opvattingen, waarin een basisinkomen vaak wordt gezien als een noodmaatregel.
|
AI Revolution Could Require Us to Re-Think Money EntirelyIt's the defining technology of an era. |
Niet enkel geld, maar diensten als recht
Zo wordt er ook gepleit voor “fully automated luxury communism”. In plaats van geld, stelt men voor om basisvoorzieningen zoals zorg, onderwijs, energie en transport gratis toegankelijk te maken voor iedereen – rechtstreeks geleverd als universele basisdiensten. Technologie zou dus sociaal ingericht moeten worden, niet primair economisch.
Utopia is geen garantie
Zelfs met AI in volle glorie is een utopie niet verzekerd. De technologische vooruitgang kan – gecombineerd met ecologische crisis – leiden tot uiteenlopende toekomstbeelden waarin productiecapaciteit op zich geen oplossing biedt, zolang niet wordt bepaald wíe waarvoor toegang krijgt. Een dreiging schuilt in “technofeodalisme”: een nieuw bestel waarin tech-miljardairs via platforms marktwerking en democratie ondergraven, zoals Yanis Varoufakis betoogt.
Een toekomst zonder werk?
Door historische economische patronen heen creëerde technologie meer banen dan hij verving. Maar sinds 1980 is dat patroon aan het veranderen: automatisering heeft banen weggenomen zonder dat nieuwe functies in even grote aantallen ontstonden, zeker nu AI ook professionele, technische en managementrollen bedreigt. Naar schatting lopen 15–30 % van alle banen in ontwikkelde markten risico door AI – met mogelijk deflatoire economische effecten en nood aan herverdeling via overheid.
Wie wint en wie verliest?
De technologische race wordt gedomineerd door de VS en China – dankzij hun industriële strategieën en technologische dominantie. Terwijl sommige landen hopen dat AI tekorten in verouderende bevolkingen compenseert, waarschuwen experts dat de snelheid van technologische verandering zulke scenario’s moeilijk maakbaar maakt. Argumenten dat AI méér banen zal creëren, worden als speculatief en gebrekkig beoordeeld.
Verdeling wordt het centrale vraagstuk
Zonder betaald werk, zonder inkomen – hoe vermarkt men arbeid? Traditionele economische modellen dreigen in te storten als AI goederen overvloedig produceert, maar ongelijkheid blijft bestaan omdat het verdienmodel hapert. De maatschappelijke contracten tussen arbeid, inkomen en consumptie staan op instorten.









