Uit recent onderzoek van Ipsos onder meer dan 1.500 Britse werknemers (leeftijd 16–75) blijkt dat 33% niet openlijk aan hun baas vertelt wanneer ze AI-tools gebruiken op het werk. Slechts 13% bespreekt het gebruik van AI met hogere leidinggevenden.
Daarnaast denkt zo’n 25% dat collega’s hun bekwaamheid ter discussie zullen stellen als ze horen dat ze AI gebruiken.
|
UK workers wary of AI despite Starmer’s push to increase uptake, survey findsExclusive: A third of those polled do not tell bosses about use of tools and half think AI threatens the social structure |
Angst voor gevolgen, twijfel over de meerwaarde
Meer dan de helft van de respondenten voorziet dat AI de sociale structuur binnen de werkplek zal bedreigen. Slechts 17% gelooft dat AI een goed alternatief is voor menselijke interactie; 63% is het daar juist niet mee eens.
Beleid en leiderschap onder de loep
Premier Keir Starmer heeft aangegeven AI “in de aderen” van het Verenigd Koninkrijk te willen brengen, met het oog op brede adoptie.
Maar veel werkgevers bieden volgens het onderzoek geen duidelijke richtlijnen omtrent het gebruik van AI. Bijna de helft van de werknemers zegt dat er geen formeel beleid bestaat, en een kwart vindt dat hun werkgever onvoldoende ondersteuning biedt.
Gaia Marcus van het Ada Lovelace Institute waarschuwt dat er een groot vertrouwensgat kan ontstaan tussen de ambitie van de overheid om AI economisch te benutten en het publieke gevoel dat AI misschien niet gunstig is – zowel voor henzelf als voor de samenleving.
Mens blijft de baas
Onderzoekers benadrukken dat, ondanks de beloften over efficiëntie-winst en productiviteit, tot nu toe weinig overtuigend bewijs is dat generatieve AI-tools de productiviteit op de werkvloer daadwerkelijk substantieel verhoogt.
Er wordt gepleit voor meer evaluatie van de rol van AI in het dagelijks werk, niet alleen in laboratoria, maar in de “echte wereld” waarin werknemers hun taken uitvoeren.
Hoewel het beleid onder Starmer sterk inzet op het bevorderen van AI-gebruik, heerst er bij veel werknemers terughoudendheid. Angst voor stigmatisering, onzekerheid over beleid, en twijfels over sociale impact vormen belangrijke barrières. Voor een succesvolle integratie is helder leiderschap, openheid, en zinvolle ondersteuning essentieel.









