De parallellen tussen hersenen en AI
In een recente lezing aan de Harvard Law School’s Berkman Klein Center poneerde Blaise Agüera y Arcas – technologie- en maatschappij-CTO bij Google – een prikkelende stelling: het verschil tussen menselijke intelligentie en kunstmatige intelligentie is mogelijk niet zo groot als we denken.
Artificial intelligence may not be artificial — Harvard GazetteResearcher traces evolution of computation power of human brains, parallels to AI, argues key to increasing complexity is cooperation. |
Volgens hem evolueerden menselijke hersenen door de tijd heen via toenemende samenwerkingen en coöperatieve structuren, wat leidde tot exponentiële groei in rekenkracht. Hij stelt dat onze hersenen niet “zoals computers” zijn, maar wél computers zijn – letterlijk en niet louter als metafoor.
Van kleine hersentjes naar collectieve intelligentie
Agüera y Arcas leidt zijn publiek mee naar 500 miljoen jaar terug: toen begonnen organismen met relatief eenvoudige hersens te werken. Hij trekt de vergelijking naar AI: deze systemen zijn gebouwd op voorspellende mechanismen – net zoals onze hersenen dat doen.
De sprong in complexiteit, volgens hem, ontstond toen individuen zich organiseerden in samenlevingen, waardoor functies konden worden verdeeld, specialistische kennis kon ontstaan en gezamenlijke intelligentie kon floreren. Zo ontstonden prestaties die geen enkele persoon afzonderlijk kon waarmaken — denk aan maanreizigers, orgaantransplantaties of grootschalige wetenschap.
Wanneer kunstmatig niet “kunstmatig” is
Agüera y Arcas draait de klassieke opvatting over AI op zijn kop: in zijn visie is AI niet per se iets ‘buiten’ het biologische domein, maar eerder een uitbreiding of weerspiegeling ervan. Onze denkprocessen en de processen van moderne AI-systemen delen overschijnselen zoals informatieverwerking, voorspelling en emergentie.
Artificial intelligence may not be artificialThe Harvard Gazette shared a writeup of the inaugural Speaker Series event of the 2025-2026 academic year. |
Hij rust zijn betoog uit met verwijzingen naar denkers als Alan Turing, John von Neumann en evolutiebioloog Lynn Margulis – met name haar theorie over symbiogenese, waarin samenwerking en samenvoeging van organismen een motor zijn voor evolutie.
Waarom dit alles ertoe doet
Dit perspectief werpt nieuw licht op onze relatie met technologie. Als AI en menselijk denken minder verschillend zijn dan we dachten, dan hadden we misschien een nieuw kader nodig om te spreken over verantwoordelijkheid, samenwerking en ethiek.
Bovendien zet dit denken aan tot kritische vragen: wanneer wordt kunstmatige intelligentie enkel uitvergrote tool, en wanneer fungeren we samen op een wederkerige manier? En: hoe voorkomen we dat we ons menselijke zelf onderschatten in de schaduw van “superintelligente” machines?









