Op de klimaattop COP30 in Belém, Brazilië, ligt een paradox op tafel: de wereld is getuige van de explosieve groei van kunstmatige intelligentie (AI) — een technologie die enorme hoeveelheden elektriciteit verbruikt — terwijl precies die technologie misschien juist kan bijdragen aan het temperen van de klimaatcrisis. Maar sceptici wijzen op de hoge ecologische prijs en betreuren dat de belofte van “AI voor goed” nog grotendeels hypothetisch is.
De tweesprong van AI
Enerzijds produceert AI enorme hoeveelheden nutteloze of misleidende content — de zogeheten “slop” — waarvoor gigantisch veel rekenkracht, stroom en water wordt verbruikt. Anderzijds pleiten voorstanders op COP30 voor een heroriëntatie: wat als AI wordt ingezet om emissies omlaag te krijgen via efficiënties in transport, landbouw, energie en infrastructuur?
|
AI is guzzling energy for slop content – could it be reimagined to help the climate?Some experts think AI could be used to lower, rather than raise, planet-heating emissions – others aren’t so convinced |
Een nieuw initiatief: Het AI Climate Institute
Een coalitie van groepen, VN-instanties en de Braziliaanse regering lanceerde tijdens COP30 het AI Climate Institute. Dit initiatief heeft als doel AI te positioneren als een “tool van empowerment” voor ontwikkelingslanden bij het aanpakken van milieuproblemen. Voorbeelden zijn het optimaliseren van openbaar vervoer, het organiseren van landbouwsystemen en het afstemmen van energienetwerken op momenten van duurzame opwekking.
Mogelijkheden in voorspelling en monitoring
AI-technologie kan volgens experts ook bijdragen aan betere voorspellingen van klimaatgebeurtenissen — denk aan overstromingen of bosbranden — en aan monitoring van biodiversiteit en emissies. Zo stelt Maria João Sousa van Climate Change AI: “Ik geloof dat AI een positieve kracht is om veel dingen te versnellen.”
De ecologische schaduwzijde
Toch zijn er aanzienlijke zorgen. De explosieve groei van datacenters — veroorzaakt door generatieve AI — vergt grote hoeveelheden stroom en water, zelfs in gebieden die kwetsbaar zijn voor droogte. Een studie van Cornell University berekende dat als de huidige groeidoorbraak van AI in de VS doorzet, dat tegen 2030 kan leiden tot circa 44 miljoen ton extra CO₂-uitstoot — vergelijkbaar met de jaarlijkse uitstoot van Noorwegen of 10 miljoen extra personenwagens.
|
More than 300 big agriculture lobbyists took part in Cop30, investigation findsLobbyists representing industry responsible for a quarter to a third of global emissions participated in key talks at the UN climate summit |
Kritische kanttekeningen
Volgens klimaatactivisten is de techno-utopische overtuiging dat AI de klimaatcrisis zal oplossen misleidend. Jean Su van het Center for Biological Diversity stelt: “We weten wat de crisis zal oplossen – het uitfaseren van fossiele brandstoffen. Het is niet AI.” En Natascha Hospedales van Client Earth wijst erop dat hoewel er potentie is in “AI voor goed”, het slechts een klein segment is binnen een industrie die hoofdzakelijk gericht is op winst.
Potentie, maar geen wondermiddel
Het betoog is helder: AI kan een rol spelen in de strijd tegen klimaatverandering — maar het is geen wondermiddel. De negatieve impact is al substantieel, en de belofte van grootschalige positieve toepassing staat nog in de kinderschoenen. De komende jaren zullen cruciaal zijn om te bepalen of AI werkelijk een hulpmiddel is om emissies te verlagen — of juist een verdere drijver van ecologische schade zal worden.









