Een recente grootschalige enquête onder leidinggevenden bij grote ondernemingen schetst een helder beeld: generatieve kunstmatige intelligentie (AI) is géén experiment meer, maar feitelijk onderdeel van het zakelijk arsenaal. De studie, uitgevoerd door de Wharton School van de University of Pennsylvania en de consultancy GBK Collective, bevraagt circa 800 bedrijfsleiders uit organisaties met meer dan 1 000 medewerkers en een omzet van minstens 50 miljoen dollar.
Massale adoptie
Uit het rapport blijkt dat maar liefst 82% van de ondervraagde executives wekelijks generatieve AI gebruikt, en 46% zelfs dagelijks. Ter vergelijking: in de eerste meting – twee jaar eerder – was dit aandeel nog minder dan 37% voor wekelijkse gebruik. Wat waarneembaar is: de technologie is ingebed in de dagelijkse werkpraktijk — niet alleen als ‘toekomstvisie’, maar als alledaagse tool.
Rendement in beeld
De enquête toont tevens dat 72% van de bedrijven formeel het rendement (ROI) van generatieve AI meten, en dat ongeveer ¾ van de organisaties positief rendement rapporteren. Met andere woorden: de investering in generatieve AI wordt niet langer louter gezien als speculatief, maar als meetbaar resultaatgericht.
Werkgelegenheid & juniorposities: verrassend licht
Bezorgdheid over het verdwijnen van instapfuncties door automatisering is breed bekend, maar de enquête toont een genuanceerder beeld: zo’n 90% van de respondenten gelooft dat AI menselijke vaardigheden zal aanvullen in plaats van vervangen. Sterker nog: onder de senior leidinggevenden zegt 49% dat ze meer stagiairs zullen aannemen, tegenover slechts 17% die minder verwachten. Bij junior of instapfuncties geldt: 40% verwacht meer aanwervingen, tegenover 18% minder. Dat is een opvallende uitkomst — niet de klassieke voorspelling van massale baanvernietiging, maar eerder van functieverandering en uitbreiding.
Enthousiasme verschilt per hiërarchieniveau
Er is echter een opvallende kloof: senior executives (zoals vice-presidents) blijken veel enthousiaster over generatieve AI dan middle managers. Ongeveer de helft van de VPs geeft aan “aanzienlijk positief” rendement te zien, terwijl slechts circa 27% van de middle managers dat aanvoelt — zij antwoorden vaker “te vroeg om te zeggen”. Volgens co-onderzoeker Stefano Puntoni komt dit doordat senior leidinggevenden een breder strategisch perspectief hebben, terwijl lagere managers juist geconfronteerd worden met de dagelijkse implementatie–hobbels.
Waar wordt AI vooral voor ingezet?
De enquête toont dat de meest gebruikte toepassingen van generatieve AI in het bedrijfsleven zitten op het vlak van productiviteit: data-analyse, samenvatten van vergaderingen, en schrijven/tekstwerk behoren tot de topuse-cases. Dat suggereert dat generatieve AI geen niche-technologie blijft voor hoog specialistisch werk, maar breed inzetbaar is in “kenniswerk”.
Strategie vs. FOMO
Een extra maar belangrijk aandachtspunt: het rapport waarschuwt voor bedrijven die generatieve AI adopteren uit pure angst om achter te blijven (FOMO — fear of missing out), zonder een duidelijke strategie. Volgens Puntoni is de echte belofte van AI niet enkel productiviteitswinst, maar innovatie: nieuwe producten, diensten, klantbelevingen. Met andere woorden: automatisering is één ding, maar transformatie is waar de werkelijke waarde ligt.
De enquête bevestigt dat generatieve AI inmiddels stevig is doorgedrongen in het corporate domein: grootschalige adoptie, meetbaar rendement, en een werkmodel dat sneller verandert dan velen dachten. Tegelijkertijd is er een spanningsveld tussen strategische visie (bij senioren) en operationele realiteit (bij middle managers). Voor organisaties geldt: het is niet langer voldoende om AI-tools te introduceren — wat telt is een coherent plan, een organisatie-breed draagvlak, en de bereidheid om processen én rollen opnieuw te denken.









