In een recent statement trok Fed-voorzitter Jerome Powell een opmerkelijke parallel én een duidelijke grens: hoewel de huidige hype rond kunstmatige intelligentie (AI) wereldwijd aandacht krijgt, gelooft hij niet dat we opnieuw een zeepbel meemaken zoals bij de internetboom van de jaren negentig. Hij benadrukte dat de huidige bedrijven wél echte verdienmodellen hebben, in tegenstelling tot veel start-ups tijdens de dot-com-periode. Tegelijkertijd liet hij weten dat lagere renteverlagingen door Federal Reserve in december geen zekerheid zijn — een subtiele waarschuwing waarmee hij beleggers en marktwaarnemers aansprak op hun verwachtingspatroon.
Powell says that, unlike the dotcom boom, AI spending isn’t a bubble: ‘I won’t go into particular names, but they actually have earnings’ | FortuneHowever, the Fed chair noted that the growth is unevenly distributed and concentrated among only a few companies. |
De vergelijking met de jaren 1990
Powell werd gevraagd of de enorme investeringen in AI-technologie en de hoge waarderingen van technologiefirma’s doen denken aan de internetzeepbel rond 2000. Zijn antwoord: ja en nee. Ja, er is sprake van enorme aandacht, forse investeringsvolumes en snelle koersstijgingen. Maar nee — hij vindt dat de situatie fundamenteel anders is dan eerder: “In de jaren negentig waren veel van die bedrijven ideeën in plaats van bedrijven met winst,” zo stelde hij.
Hij wees erop dat vandaag de leiders in de technologiesector over het algemeen echte inkomsten en bedrijfsmodellen hebben.
|
Economic Outlook: Powell doesn't see AI as another dot-com bubbleThe Fed cut interest rates 25 basis points as expected, but that wasn't the big takeaway. |
Wat maakt het anders volgens Powell?
Volgens Powell zijn er een aantal kenmerken die de huidige AI-versnelling onderscheiden van de dot-com-zeepbel:
- De bedrijven die nu hoog gewaardeerd worden, hebben vaak werkelijke winstgevendheid of tenminste een pad daarheen, in tegenstelling tot de pure “ideetjes” van de internetperiode.
- De investeringen zijn grotendeels gebaseerd op infrastructuur, data-centra, AI-chips en business-modellen die zich richten op productiviteit, in plaats van alleen op “internet hype”.
- De rentestand en de macroeconomische omstandigheden zijn anders: de rente is laag en de centrale bank houdt rekening met inflatie en werkgelegenheid — wat een ander kader biedt dan de jaren ’90. (Powell gebruikte dit om te onderstrepen dat hoge waarderingen niet automatisch een zeepbel betekenen.)
Waarom renteverlagingen geen zekerheid zijn
Tegelijkertijd gaf Powell aan dat — ondanks de lage rente en het stimulerende beleid — er geen automatische garantie is dat de Fed in december nogmaals verlaagt. Dit benadrukt dat de centrale bank zich bewust is van risico’s, waaronder de effecten van AI-investeringen, inflatie en waarderingen. Hoewel hij geloofde dat AI anders is dan de dot-com-zeepbel, sluit hij niet uit dat sommige bedrijven of segmenten oververhit kunnen raken.
Implicaties voor beleggers, technologie en beleid
Voor beleggers betekent deze boodschap dat het niet per se veilig is te denken dat “alles wat met AI te maken heeft” automatisch een bubble is — maar ook dat voorzichtigheid geboden blijft. Voor technologiebedrijven bevestigt het dat de focus op daadwerkelijke value‐creation (inkomsten, winst, businessmodel) belangrijk is. Voor het beleid betekent het dat de Fed ziet dat AI structurele verandering kan brengen, maar tegelijkertijd waakt over macro‐economische stabiliteit.
Kritische kanttekeningen
Hoewel Powell de stelling “AI is geen zeepbel” krachtig neerzette, bestaan er dissidente geluiden in de markt. Zo waarschuwt bijvoorbeeld International Monetary Fund (IMF) dat de huidige investeringsgolf in AI «mogelijk tot een correctie kan leiden», al niet per se tot een volledige crisis. Ook analisten wijzen erop dat, hoewel de fundamenten sterker zijn dan in 2000, sommige waarderingen nog steeds speculatief zijn.
Dus: de waarschuwing blijft — ook al ziet de FED het verschil.
Powell’s boodschap is helder: de AI-versnelling is volgens hem niet hetzelfde als de internetzeepbel van de jaren ’90. Hij wijst op de betere fundamenten en veranderde macro-condities. Toch blijft hij voorzichtig — investeerders moeten niet in zelfgenoegzaamheid vervallen, en beleidsmakers blijven alert op mogelijke verstoringen. De centrale bank lijkt te zeggen: “Ja, groot potentieel. Maar ook risico’s.”









