Een doorbraak die nooit komt?
In een recent opiniestuk trekt AI-onderzoeker Tim Dettmers van het Allen Institute for AI — tevens docent aan Carnegie Mellon University — een scherpe conclusie: de droom van kunstmatige algemene intelligentie (AGI) en superintelligentie is niet alleen optimistisch, maar fundamenteel onrealistisch.
Volgens Dettmers zit het probleem niet in de ideeën zelf, maar in de harde realiteit van hardware: de huidige generatie GPU’s en rekensystemen zitten dicht tegen hun fysieke en economische grenzen aan. Verdere schaalvergroting van rekenkracht — de heilige graal voor AGI-voorstanders — zal niet genoeg zijn om intelligenter dan menselijke niveaus te bereiken.
Ai2's Tim Dettmers: AGI is a fantasy: The dream of electric sheep gets a reality check from Moore’s Law |
Superintelligentie: Een verhaal zonder fundament
Dettmers definieert AGI als een vorm van kunstmatige intelligentie die alle taken kan uitvoeren die mensen kunnen — inclusief complex fysiek werk en economische productiviteit — niet enkel tekstuele of digitale opdrachten.
Maar zoals hij betoogt, moeten zulke systemen draaien op iets tastbaars: hardware. En juist dáár zit het probleem. De prestatieverbeteringen van GPU’s — de ruggengraat van moderne AI — zijn de afgelopen jaren steeds kleiner geworden, ondanks enorme investments in infrastructuur. Volgens Dettmers zitten we mogelijk al op het plateau van wat fysiek haalbaar is. Verdere winst kost exponentieel meer en levert lineair weinig op.
De reële grenzen van rekenkracht
Als zelfs de snellere en krachtigere chips en rekensystemen niet voldoende zijn om de beloofde superintelligentie te realiseren, wat blijft er dan over van de AGI-visie? Voor Dettmers is het glashelder: AGI zoals voorgesteld door Silicon Valley blijft grotendeels een narratief. Reddit
Hij wijst erop dat veel van de discussie rond AGI meer filosofisch dan technisch is — een verhaal over wat men wil dat er gebeurt, in plaats van wat feitelijk mogelijk blijkt te zijn.
Praktische AI versus utopische AI
Dettmers pleit ervoor om de focus te verleggen van het najagen van een hypothetische superintelligentie naar praktische toepassingen van AI die vandaag al waarde leveren.
In tegenstelling tot de droom van een all-weten, all-doend systeem, hebben we nu al AI’s die in specifieke domeinen buitengewoon nuttig zijn. Denk aan tools voor natuurlijke taalverwerking, bijstand bij softwareontwikkeling, medische data-analyse of automatisering van repetitieve taken.
Het echte economische en maatschappelijke voordeel zit niet in een verre superintelligentie, maar in deze concrete toepassingen die vandaag al onze workflows veranderen.
|
20 Hours of AI News in 10 Minutes + a Prompt to Cut Through the Noise and Find What Matters for YOUThis week's signal vs. noise—from GPT-5.2's panicked launch to humanoid robots sorting packages, smuggled Nvidia chips, and more! |
Conclusie: Het verhaal van de superintelligentie moet worden heroverwogen
Dettmers’ analyse prikkelt en daagt uit. Door de technische en fysieke beperkingen van rekeninfrastructuur onder de loep te nemen, ontkracht hij niet alleen een populair toekomstverhaal, maar richt hij de aandacht op wat wél werkt: AI-tools die productiviteit en innovatie vandaag verbeteren.
De illusie van superintelligentie kan inspirerend zijn, maar volgens deze criticus heeft ze te vaak de neiging om de realiteit voorbij te streven.









