In de begindagen van generatieve AI leek het alsof softwareontwikkeling een nieuwe, ontspannen fase inging: ontwikkelaars lieten zich leiden door gevoel, experimenteerden vrijuit en vertrouwden op de kracht van taalmodellen om “een app in een middag” te maken. Maar nu bereikt deze spannende periode zijn keerpunt. Volgens een analyse van InfoWorld zit de zogenaamde “vibe-coding”-fase erop, en slaan organisaties over op volwassen AI-architectuur, governance en risicomanagement.
It’s the end of vibe coding, alreadyAs genAI takes hold in the enterprise, improvisation is giving way to engineering. Can organizations build the guardrails needed to turn clever prompts into dependable systems? |
Van freestyle naar formele AI-bouwkampen
In de vroege fase van AI-geassisteerd programmeren heerste het credo: “Gewoon wat experimenteren, laat de AI maar wat schrijven.” Maar nu merken grote ondernemingen dat die aanpak niet langer volstaat. Steeds vaker worden begrippen als AI-governance, “golden paths” en risicobewuste engineering standaard. De ‘vibe’ waarmee veel teams begonnen, maakt plaats voor een systematische aanpak.
Waarom de vibe-fase afloopt
De auteur signaleert dat zodra generatieve AI doordringt in de kern van zakelijke applicaties, de vrijblijvendheid voorbij is. Het gaat niet langer om prototypen of side projects, maar om schaal, betrouwbaarheid, compliance en integratie. “Vibe-coderen” voldeed toen voor snelle wins, maar voor productie-omgevingen is het te riskant.
Nieuwe discipline = AI-engineering
Wat voorheen gespeeld en intuïtief was, wordt nu een volwaardige discipline. Teams krijgen te maken met evaluatielussen, modelwissels, architectuurkeuzes en governance‐structuren. Het gaat dus niet meer slechts om “laat de AI maar even” maar om “hoe passen we AI verantwoord in onze stack?”
Wat betekent dat voor ontwikkelaars?
Voor individuele ontwikkelaars betekent deze verschuiving dat hun rol verandert. Niet langer louter code typend of experimenterend, maar begeleider, tester, architect en toezichthouder van AI-gegenereerde output. Het vereist andere vaardigheden: prompt-management, modelbegrip, kwaliteitscontrole.
Voor organisaties — governance is geen extra meer, maar noodzaak
Bedrijven moeten nu beleid opstellen rond AI-toepassingen: wie begeleidt de tools, wie verzekert kwaliteit, welke processen gelden voor beveiliging en ethiek? Het is geen leuk extraatje meer, maar onderdeel van een volwassen AI-infrastructuur.
De risico’s van het vibe-tijdperk
Wanneer organisaties blijven hangen in gratis experimenteren zonder volwassen structuur, liggen risico’s op de loer: onvoorspelbare code, beveiligingslekken, onderhoudsproblemen. De auteur impliceert dat “vibe-coderen” vooral geschikt was voor prototypen, minder voor mission-critical systemen.
Wat komt na vibe-coding?
De nieuwe fase is gekenmerkt door: gestandaardiseerde ‘golden paths’, governance frameworks, een mix van menselijke en AI-werkstromen, en discipline rond AI-ontwikkeling. Bedrijven verschuiven van vleugje creativiteit naar betrouwbare architectuur.
Impact op de tech-cultuur
Voor de tech-cultuur betekent dit dat de tijd van “leuk experimenteren met AI” deels voorbij is – in elk geval in de serieuze, enterprise-context. De vroege vibe-energie vloeit door, maar krijgt nu een professioneler jasje.
De “vibe-coding”-fase — waarin veel werd gerekend op intuïtie, snelheid en AI-experimenten — maakt plaats voor hét moment waarop AI-ontwikkeling volwassen wordt in organisaties. Niet langer vrijblijvend knutselen, maar engineering met structuur. De ‘vibe’ was de eerste stap; de volgende stap is discipline.









