In de woelige wereld van kunstmatige intelligentie belooft beeldgeneratie oneindige creatieve vrijheid: denk iets, type het in en zie het verschijnen. Helaas blijkt die vrijheid in de praktijk een stuk beperkter dan gedacht. Een recente studie gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Patterns legt bloot dat moderne AI-beeldgeneratoren – zelfs geavanceerde zoals Stable Diffusion XL en LLaVA – bij herhaalde generaties vrijwel altijd uitkomen bij een klein aantal visuele stijlen.
|
AI Image Generators Default to the Same 12 Photo Styles, Study FindsAnything your imagination desires, as long as it's one of just a few options. |
De ’visuele telefoon’ van AI
Onderzoekers hebben een experiment uitgevoerd dat lijkt op het kinderspel “telefoon”: een prompt wordt vertaald naar een afbeelding, die vervolgens weer in tekst wordt omgezet en opnieuw door het model gegenereerd wordt – dit maar liefst 100 keer achter elkaar. Wat er overblijft is nooit wat er begon, en verrassender nog: de beelden convergeren steevast naar dezelfde 12 dominante motieven.
Deze motieven zijn tamelijk generiek – denk aan vuurtorens aan zee, formele interieurs, stedelijke nachtgezichten en rustieke architectuur – wat onderzoekers lacherig de term ”visuele liftmuziek” gaven. Het is alsof je elke prompt door een hotelgang laat lopen en uiteindelijk elke keer dezelfde kunstwerkjes aan de muur ziet hangen.
Creativiteit óf conventie?
Misschien lijkt het experiment simpel, maar de implicaties zijn groot: zelfs met complexe prompts belanden AI-modellen vaak in visuele clichés. Wat vooral opvalt, is dat deze trend niet incidenteel was; het gebeurde bijna altijd, meestal geleidelijk maar soms plotseling.
In menselijk taalgebruik leidt herhaalde mond-tot-mond-overdracht vaak tot variatie – denk aan het spelletje waarin een zin totaal verandert tegen de tijd dat deze de laatste speler bereikt. AI-modellen doen juist het tegenovergestelde: ze vereenvoudigen en standaardiseren, ongeacht de originaliteit van de input.
Wat zegt dit over AI-kunst?
Deze studie werpt een scherp licht op wat generatieve AI niet is: het is geen creatieve geest, maar eerder een patroonherkenner. AI kopieert wat het vaak heeft gezien en wat statistisch waarschijnlijk is, niet wat origineel, verrassend of expressief is.
Natuurlijk speelt ook mee dat deze systemen getraind zijn op gigantische datasets vol menselijke afbeeldingen – een bron van inspiratie, maar ook van inherente voorkeuren. Wat populair is in die data, blijkt telkens weer te domineren. arxiv.org
Conclusie: Meer data, maar minder diversiteit?
De hype rond AI-kunst focust vaak op wat er mogelijk zou kunnen zijn: eindeloze variatie, ongekende creaties, alternatieve werkelijkheden. De realiteit blijkt echter dat deze modellen zelden de grenzen van hun trainingsdata overstijgen. Wat verrassend begon, eindigt vaak in iets bekends — net zoals die onopvallende foto aan de hotelmuur.
AI-kunst is niet dood, maar deze studie toont aan dat idealen van grenzeloze creativiteit nog een uitdaging blijven.









