De staat van AI-gebruik in de echte economie
Anthropic, het AI-laboratorium achter de Claude-modellen, heeft op 15 januari 2026 zijn belangrijkste economische meetinstrument geüpdatet: de Anthropic Economic Index. Dit vierde jaarlijkse rapport – Economic Primitives – geeft voor het eerst een diepgaande, datagedreven blik op hoe mensen en bedrijven AI werkelijk gebruiken en wat dat betekent voor werk, productiviteit en economische ongelijkheid wereldwijd.
Anthropic Economic Index report: Economic primitivesThis report introduces new metrics of AI usage to provide a rich portrait of interactions with Claude in November 2025, just prior to the release of Opus 4.5. |
Het rapport is gebouwd op miljoenen anonieme Claude-conversaties en API-gebruikstranscripten uit november 2025, net vóór de uitrol van nieuwere Claude-modellen. De onderzoekers introduceerden een reeks zogenaamde economische “primitieven”: kernmetingen die de rol van AI in de economie blootleggen.
Wat zijn “economische primitieve” metrieken?
In plaats van alleen maar te tellen hoeveel AI wordt gebruikt, probeert Anthropic nu te begrijpen hoe het wordt ingezet. De vijf kernindicatoren zijn:
- Taakcomplexiteit – Hoe ingewikkeld zijn de taken waarbij Claude wordt gebruikt?
- Vaardigheidsniveau – Welke vaardigheden van gebruikers spelen een rol?
- Doel van gebruik – Wordt AI ingezet voor werk, studie of persoonlijk gebruik?
- Autonomie van AI – Hoe zelfstandig kan Claude taken uitvoeren?
- Successcore – Hoe succesvol voltooit Claude de taken?
Deze nieuwe maatstaven bieden een zeldzaam inzicht in de werkelijke economische impact van AI, voorbij simpele gebruiksstatistieken.
AI-gebruik is ongelijk verdeeld
Een terugkerend thema in het rapport is dat AI-adoptie onnodig ongelijk blijft. Rijke landen zoals de VS, het VK, Japan, Zuid-Korea en India domineren het gebruik van Claude op grote schaal, vooral voor werkgerelateerde taken.
In landen met een lager bbp per hoofd van de bevolking speelt AI vooral een rol in onderwijs of beperkte persoonlijke taken. Dit ondersteunt eerdere onafhankelijke analyses dat AI-productiviteitsvoordelen geconcentreerd blijven in economisch welvarender regio’s.
Wat AI wél goed doet — en waar het faalt
Het rapport laat zien dat Claude over het algemeen succesvol is in veel taken, maar dat de succesratio daalt naarmate de taken complexer worden. AI blinkt uit in repetitieve of ondersteunende arbeid, maar worstelt nog steeds met hoogcomplexe problemen zonder duidelijke mens-AI samenwerking.
Interessant genoeg zijn de meeste taken waarvoor Claude wordt gebruikt, op een gemiddeld hoger vaardigheidsniveau dan wat je in bredere arbeidsstatistieken ziet. Dit betekent dat AI-toepassingen vaak samengaan met meer geavanceerde werkrollen – wat implicaties kan hebben voor opleiding en toegang tot werk.
Gevolgen voor werk en productiviteit
Hoewel AI steeds meer taken ondersteunt, is het effect op de arbeidsmarkt complexer dan simpelweg banen verliezen. Volgens vergelijkbare analyses gebaseerd op het indexrapport, lijkt AI vaker taken te versterken dan volledig te vervangen — vooral in werkgebieden die samenwerking tussen mens en machine vereisen.
Het rapport biedt daarmee nieuwe empirie om de discussie over AI en werk te verdiepen: AI kan werk transformeren en versterken, maar de voordelen komen het eerst terecht bij gebruikers en landen met toegang tot onderwijs, vaardigheidstraining en middelen.
Waarom dit rapport ertoe doet
De Anthropic Economic Index is meer dan een bedrijfspublicatie: het is een van de weinige empirische datasets die beleidsmakers, economen en bedrijfsleiders concreet kan helpen begrijpen hoe AI al echt wordt gebruikt. Door succespercentages, taaktypen en gebruikscontext te meten, ontstaat een genuanceerd beeld van AI-impact op werk, vaardigheden, productiviteit en ongelijkheid.









