In een tijdperk waarin AI steeds slimmer wordt, gelooft tech-strateeg Derek Slager dat we niet langer moeten focussen op nóg grotere taalmodellen. Volgens hem ligt de volgende doorbraak in AI in systemen die continu, zelfstandig en in samenwerking werken — wat hij agent-AI noemt — en dat begint met een heruitvinding van de data-architectuur.
Van reacties naar voortdurende intelligentie
De meeste generatieve AI-systemen van vandaag werken volgens een simpel patroon: vraag erin, antwoord eruit. Dit was een enorme stap vooruit — maar het blijft een eenmalige interactie. In de nieuwe agent-gedreven aanpak reageren systemen niet alleen op vragen, maar blijven ze continu waarnemen, plannen, handelen en leren.
|
The next phase of AI is agentic, and it starts with data architectureAI’s next breakthrough isn’t bigger models—it’s better architecture |
In plaats van één gigantisch model dat wacht op een prompt, ontstaan er kleinere, gespecialiseerde AI-agenten die samenwerken en beslissingen nemen op basis van realtime informatie. Dit lijkt meer op hoe menselijke teams werken dan op traditionele AI-modellen.
Waarom data-architectuur nu telt
Deze autonome agenten hebben niet alleen machtige algoritmes nodig, maar vooral een gedeelde context — een centrale bron van waarheid voor data. Zonder een uniform datalandschap werken agenten langs elkaar heen, interpreteren ze informatie verschillend en ontstaan tegenstrijdige beslissingen. Dat maakt systemen onbetrouwbaar.
Volgens Slager is een geïntegreerde, identity-resolved data-laag geen luxe meer; het is verplicht om agenten coherent te laten samenwerken en betrouwbare beslissingen te nemen.
Ecosystemen boven monolithische platforms
Veel bedrijven hebben jarenlang geïnvesteerd in grote geïntegreerde platforms omdat ze dachten dat losse systemen fouten veroorzaakten. Agent-AI draait die redenering om. Kleine, gespecialiseerde agenten die met elkaar communiceren zijn juist de toekomst — mits ze hetzelfde begrip van de data delen.
Dit vraagt om interoperabiliteit en betekenis-gedreven communicatie tussen systemen, niet enkel technische koppelingen. Slecht ontworpen architectuur resulteert volgens Slager niet in intelligente autonomie, maar in chaos.
Architectuur die AI vanaf het begin omarmt
Veel organisaties behandelen AI nog als een add-on: een slimme tool die later aan bestaande systemen wordt gekoppeld. Dit werkt niet met agent-AI. De infrastructuur moet vanaf het begin data-modellen ondersteunen die evolueren, feedback loops verwerken en langdurige context behouden.
Met andere woorden: AI moet niet worden toegevoegd zodra alles staat — AI is onderdeel van hoe systemen vanaf dag één zijn opgebouwd.
De rol van mensen blijft essentieel
Agent-AI neemt taken over die vroeger repetitief waren, maar dat betekent niet dat mensen overbodig worden. Sterker nog, mensen blijven essentieel: zij stellen doelen, bepalen prioriteiten, definiëren grenzen en sturen het systeem bij wanneer dat nodig is.
In plaats van elke individuele actie te beoordelen, worden menselijke experts meer curators van intenties — wat schaalbare AI-governance eenvoudiger maakt.
Continue intelligentie — een nieuwe standaard
Als generatieve AI draait om antwoorden, draait agent-AI om doorlopende intelligentie. Maar dit werkt alleen als de onderliggende architectuur data, samenwerking en context ondersteunt. Wanneer dat lukt, ontstaat een intelligent ecosysteem dat zich niet beperkt tot één vraag — maar in realtime leert, reageert en groeit.









