Bernard Marr windt er geen doekjes om: artificiële intelligentie verandert niet alleen technologie, maar de fundamenten van hoe organisaties werken, beslissen en concurreren. In een recente aflevering van de podcast AI in Action schetst hij een helder beeld van wat bedrijven vandaag moeten doen om morgen relevant te blijven.
Volgens Marr begint echte AI-gedreven groei niet bij tools, maar bij strategie. En zonder sterke datafundamenten blijft elke AI-ambitie steken in goede bedoelingen.
AI in 2026: Van experiment naar kernstrategie
Waar AI enkele jaren geleden nog werd gezien als een innovatieproject aan de rand van de organisatie, is het tegen 2026 volgens Marr een integraal onderdeel van de bedrijfsstrategie.
Bedrijven die AI succesvol opschalen, doen dat niet ad hoc. Ze koppelen hun AI-doelstellingen rechtstreeks aan hun business intelligence en strategische prioriteiten. AI wordt geen losstaand experiment, maar een motor voor groei, efficiëntie en innovatie.
De boodschap is duidelijk: wie AI als hype behandelt, mist de boot. Wie AI strategisch integreert, bouwt een concurrentievoordeel op.
Schalen begint met data – en niet met algoritmes
Veel organisaties investeren in AI-modellen, maar vergeten de basis: data.
Volgens Marr draait schaalbare AI om:
- Sterke datafundamenten
- Moderne data-architectuur
- Consistente datamanagementpraktijken
- Heldere governance
Toch kampen veel bedrijven nog met datasilo’s, versnipperde systemen en lage datageletterdheid. Zonder betrouwbare, toegankelijke en goed beheerde data is AI simpelweg niet schaalbaar.
Voor jou – zeker als je schrijft over AI-strategie en digitale transformatie – is dit een cruciale nuance: AI is geen magische laag bovenop chaos. Het versterkt wat er al is. Goede data? Dan versnelt AI. Slechte data? Dan vergroot AI de problemen.
AI-geletterdheid als concurrentievoordeel
Een opvallend punt dat Marr benadrukt, is AI literacy.
Niet alleen IT-teams, maar hele organisaties moeten begrijpen wat AI is, wat het kan – en wat niet. Zonder basiskennis ontstaat weerstand, misverstanden en inefficiënt gebruik.
Leiders spelen hier een sleutelrol. Zij moeten:
- AI koppelen aan duidelijke bedrijfsdoelen
- Bestaande processen herdenken
- Teams ruimte geven om te experimenteren
- Een cultuur van leren en aanpassen stimuleren
AI-transformatie is dus evenzeer een culturele als een technologische verschuiving.
De echte barrières: Governance en mindset
De grootste obstakels voor AI-succes zijn zelden technisch.
Marr wijst op terugkerende problemen zoals:
- Zwakke datagovernance
- Onduidelijke verantwoordelijkheden
- Angst voor verandering
- Gebrek aan strategische samenhang
Bedrijven die AI wél succesvol implementeren, leren vaak van AI-startups. Die werken iteratief, experimenteren snel en denken vanuit waardecreatie in plaats van vanuit bestaande structuren.
Voor traditionele ondernemingen betekent dit: minder bureaucratie, meer wendbaarheid.
Agentic AI en quantum: Wat komt eraan?
Naast strategie en cultuur kijkt Marr ook vooruit.
Concepten zoals agentic AI – autonome AI-systemen die zelfstandig taken uitvoeren – zullen volgens hem steeds centraler worden in bedrijfsprocessen. Ook quantum computing verschijnt aan de horizon als potentiële versneller van complexe berekeningen en optimalisaties.
De rode draad? De snelheid van verandering neemt toe. Organisaties die nu geen duidelijke AI-koers bepalen, lopen het risico structureel achterop te raken.
Toekomstbestendig werken vraagt om bewuste keuzes
De toekomst van werk wordt niet alleen bepaald door technologie, maar door hoe organisaties ermee omgaan.
Een doordachte AI-strategie, sterke datafundamenten en brede AI-geletterdheid vormen samen het fundament van de onderneming van morgen.
Voor bedrijven in België en Europa – waar regelgeving, data-ethiek en governance extra gewicht hebben – is deze strategische aanpak misschien nog belangrijker. AI omarmen zonder controle is riskant. AI negeren is fataal.
De kernboodschap van Marr is helder: AI is geen tool die je “implementeert”. Het is een transformatie die je leidt.









