Waarom ‘soevereine AI’ zonder VS of China volgens experts een illusie is
De wereldwijde AI-race wordt vaak voorgesteld als een strijd tussen grootmachten, maar volgens Duncan Clark, voorzitter van het adviesbureau BDA, is dat beeld te simplistisch. In een recent interview stelt hij dat het idee van volledig “soevereine AI”, los van de invloed van de Verenigde Staten of China, simpelweg een mythe is.
Zijn analyse werpt een nieuw licht op hoe landen, bedrijven en beleidsmakers naar artificiële intelligentie kijken: Minder als een nationale competitie, en meer als een verweven ecosysteem waarin niemand echt alleen opereert.
Een pragmatische aanpak met wereldwijde impact
China’s benadering van AI is volgens Clark opvallend pragmatisch. In plaats van ideologische discussies te voeren over technologie, ligt de focus op concrete toepassingen, schaal en economische impact.
Waar westerse landen vaak debatteren over ethiek, regelgeving en risico’s, zet China sterk in op implementatie. AI wordt er gezien als een instrument om productiviteit te verhogen, industrieën te transformeren en geopolitieke invloed uit te breiden.
Die pragmatiek vertaalt zich in snelle adoptie, grootschalige experimenten en een sterke integratie van AI in zowel publieke als private sectoren.
Maar ook een ‘blind vertrouwen’ in technologie
Tegelijk waarschuwt Clark voor een minder besproken aspect: een vorm van “blind faith” in technologie.
Dit betekent dat AI in China soms wordt omarmd zonder dezelfde kritische reflectie die in Europa of de VS vaker voorkomt. Het vertrouwen in technologische vooruitgang is groot, misschien zelfs té groot.
Die houding kan innovatie versnellen, maar brengt ook risico’s met zich mee:
- Minder aandacht voor ethische implicaties
- Snellere implementatie zonder volledige controle
- Grotere afhankelijkheid van AI-systemen
Volgens Clark ligt hier een belangrijke spanning: Snelheid versus verantwoordelijkheid.
De mythe van onafhankelijke AI-ecosystemen
Een van de scherpste inzichten uit het interview is dat volledig onafhankelijke AI-ecosystemen nauwelijks bestaan.
Zelfs landen die streven naar technologische autonomie, zoals Europese initiatieven rond “digitale soevereiniteit”, blijven afhankelijk van:
- Amerikaanse chips en infrastructuur
- Chinese data en productiecapaciteit
- Internationale talentstromen
AI is fundamenteel globaal. Innovaties, modellen en infrastructuur zijn zo verweven dat isolatie eerder een strategische illusie is dan een haalbare realiteit.
Anthropic en de kracht van ‘geniale marketing’
Clark verwijst ook naar de recente aankondiging van een AI-model door Anthropic, dat hij bestempelt als “genius marketing”.
Volgens hem gaat het niet alleen om technologie, maar om positionering. In een markt waar AI-bedrijven elkaar razendsnel opvolgen, is perceptie minstens even belangrijk als innovatie.
De lancering toont hoe bedrijven:
- Narratieven bouwen rond veiligheid en ethiek
- Zich strategisch positioneren tegenover concurrenten
- Media-aandacht gebruiken als hefboom voor vertrouwen
AI is dus niet alleen een technologische race, maar ook een strijd om geloofwaardigheid en invloed.
Een toekomst waarin samenwerking onvermijdelijk is
De visie van Clark suggereert een toekomst waarin AI niet wordt bepaald door afzonderlijke blokken, maar door onderlinge afhankelijkheid.
China’s pragmatisme, gecombineerd met een sterke technologische ambitie, zal een blijvende invloed hebben op het mondiale AI-landschap. Tegelijk zullen westerse landen hun eigen balans moeten vinden tussen innovatie en controle.
Wat duidelijk wordt: AI is geen eiland. Het is een netwerk en iedereen zit erin.









