In de snel evoluerende wereld van artificiële intelligentie verschuift de focus razendsnel. Waar bedrijven vroeger wedijverden op pure rekenkracht, draait het vandaag steeds meer om één cruciale maatstaf: de kost per token. In een recente aflevering van de NVIDIA AI Podcast legt Shruti Koparkar uit hoe “tokenomics” het nieuwe fundament vormt voor winstgevende AI-strategieën.
Van rekenkracht naar waarde: Wat is tokenomics?
Tokenomics klinkt als een buzzwoord uit de cryptowereld, maar krijgt nu een heel andere betekenis binnen AI. Het verwijst naar hoe digitale “tokens”, de bouwstenen van AI-output, worden geproduceerd, gebruikt en omgezet in economische waarde.
Volgens Koparkar steunt dit model op vier pijlers:
- Nut (utility): hoeveel intelligentie en interactie een token levert
- Aanbod (supply): hoeveel tokens een infrastructuur kan genereren
- Vraag (demand): hoeveel tokens gebruikers en AI-agents nodig hebben
- Monetisatie: hoe tokens worden omgezet in inkomsten
Deze vier elementen bepalen samen of een AI-systeem rendabel is, en schaalbaar.
Waarom ‘kost per token’ de nieuwe KPI is
Jarenlang werd AI-infrastructuur beoordeeld op FLOPS per dollar — een maatstaf voor ruwe rekenkracht. Maar die benadering schiet tekort.
De nieuwe realiteit: 👉 Niet hoeveel je kan berekenen telt, maar hoeveel bruikbare output je genereert per euro.
Met andere woorden: De kost per token bepaalt de echte ROI.
Een AI-systeem dat efficiënter tokens produceert, kan meer gebruikers bedienen, complexere taken uitvoeren en sneller inkomsten genereren.
Blackwell vs. Hopper: een sprong van 50x
Een van de meest opvallende inzichten uit de podcast is de vergelijking tussen NVIDIA’s nieuwste architecturen.
- Tot 50x meer tokens per watt met Blackwell
- Tot 35x lagere kost per token
Deze sprong betekent niet alleen snellere AI, maar vooral goedkopere en schaalbare AI. Het maakt toepassingen mogelijk die vroeger economisch onhaalbaar waren.
De sleutel? Extreme co-design, waarbij hardware en software volledig op elkaar worden afgestemd om maximale output te leveren in real-world scenario’s.
Software als versneller: 8x winst in zes maanden
Opvallend is dat hardware niet het hele verhaal is. Software-optimalisatie kan prestaties exponentieel verhogen.
Binnen zes maanden werd een 8x verbetering gerealiseerd door betere software-integratie. Dit onderstreept een belangrijke trend: 👉 De echte kracht van AI zit in de combinatie van hardware én software.
De paradox van Jevons: Goedkoper = meer vraag
Een klassiek economisch principe, de Jevons paradox, speelt hier een verrassende rol.
Wanneer technologie efficiënter en goedkoper wordt, daalt de vraag niet — ze explodeert.
Voor AI betekent dat:
- Lagere tokenkosten → meer toepassingen
- Meer toepassingen → meer vraag naar GPU’s
- Meer vraag → grotere infrastructuurinvesteringen
Met andere woorden: Efficiëntie voedt groei, geen besparing.
Van tokens naar business: vier verdienmodellen
De vraag blijft: hoe verdien je geld met tokens?
De podcast schetst vier dominante modellen:
- Usage-based pricing – betalen per token of per gebruik
- Subscription – vaste prijs voor toegang tot AI-capaciteit
- Outcome-based – betalen voor resultaten (bijv. gegenereerde leads)
- Platform modellen – ecosystemen waarin tokens circuleren tussen gebruikers en diensten
Deze modellen tonen dat tokens niet alleen een technische eenheid zijn, maar een echte economische hefboom.
Conclusie: AI wordt een industriële economie
Wat duidelijk wordt: AI evolueert van een technologische innovatie naar een volwaardige industriële economie.
Tokens zijn daarbij de nieuwe “grondstof”. Wie ze het efficiëntst produceert en benut, wint.
De strijd in AI gaat dus niet langer alleen over wie de slimste modellen bouwt, maar over wie de goedkoopste en meest schaalbare intelligentie kan leveren.









