Het ontbreekt Europa aan niets. Het talent is aanwezig, het kapitaal klokt binnen en de technologische innovatie staat in de startblokken. Toch knaagt er iets bij de gemiddelde Europeaan. De economische motor lijkt voor velen niet snel genoeg te draaien. Of het nu gaat om stijgende inkomens, gelijke kansen, toegang tot financiering of baanbrekende innovatie; de vooruitgang voelt soms pijnlijk traag aan.
In een geopolitiek landschap waarin wereldmachten elkaar in moordend tempo beconcurreren, kunnen Europese leiders niet langer toekijken. Ze slaan de handen ineen om de obstakels die welvaart en groei in de weg staan, voorgoed uit de weg te ruimen.
Meer dan cijfers achter de komma
Concurrentiekracht is geen abstract economisch concept voor de elite; het raakt de kern van het dagelijks leven van honderden miljoenen Europeanen. Het bepaalt de banen die morgen beschikbaar zijn, de dikte van de portemonnee en de kwaliteit van cruciale voorzieningen. Denk aan betaalbare zorg, groene energie en betrouwbaar openbaar vervoer. De keuzes die nu worden gemaakt, bepalen welke industrieën overleven en welke wereld Europa achterlaat voor de volgende generatie.
Van dialoog naar daadkracht
Een recent gelanceerde film van het World Economic Forum (WEF) laat beleidsmakers, visionairs en ondernemers aan het woord. De centrale vraag is niet óf Europa een betere toekomst kan opbouwen, maar hóé het dit samen kan waarmaken.
Hierin speelt de community van Leaders for European Growth and Competitiveness een sleutelrol. Zij overbruggen de kloof tussen de publieke en private sector om barrières te slechten en Europa naar de volgende groeifase te loodsen.
Als internationaal platform voor publiek-private samenwerking probeert het World Economic Forum hiermee de basis te leggen voor hernieuwd vertrouwen en concrete vooruitgang. De boodschap is helder: de toekomst is er, maar we moeten hem wel samen bouwen.









