Terwijl rijke landen miljarden investeren in rekenkracht en datacentra, dreigen ontwikkelingslanden buitengesloten te worden van de AI-revolutie. Experts spreken over een “digitale apartheid”.
Een nieuwe kloof in opkomst: niet digitaal, maar computationeel
In de wereldwijde race om kunstmatige intelligentie domineren een handvol landen en bedrijven de spelregels. Niet alleen door hun technologische voorsprong, maar vooral door hun toegang tot rekenkracht – de essentiële brandstof van AI. Landen als de Verenigde Staten en China bouwen massale datacenters en investeren miljarden in AI-chips. Ondertussen blijven grote delen van Afrika, Zuid-Amerika en Zuidoost-Azië achter, zonder de middelen om überhaupt aan tafel te zitten.
Waar de digitale kloof in het verleden draaide om toegang tot internet of smartphones, is het nu de ongelijke toegang tot computationele capaciteit die bepaalt wie meespeelt – en wie uitgesloten blijft. Dit wordt steeds vaker omschreven als een vorm van “digitale apartheid”.
De AI-elite: macht geconcentreerd bij enkelen
Volgens recente analyses is meer dan 90% van de AI-rekenkracht geconcentreerd in een klein aantal landen. Grote techreuzen als OpenAI, Google, Meta en Microsoft beschikken over miljardeninvesteringen in krachtige chips en supercomputers. Zo worden AI-modellen als GPT, Gemini en Claude getraind in infrastructuren die volledig buiten bereik liggen van ontwikkelingslanden.
Het gevolg? Landen zonder toegang tot deze infrastructuur kunnen nauwelijks meedoen aan de ontwikkeling van generatieve AI, laat staan deze technologie lokaal inzetten voor onderwijs, gezondheidszorg of landbouw. Ze worden afhankelijk van buitenlandse oplossingen – en daarmee ook van buitenlandse belangen.
Afrika en Zuid-Amerika: uitgesloten van de AI-toekomst
Een rapport van The Decoder toont aan dat Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse landen nauwelijks voorkomen in de wereldwijde AI-ecosystemen. Er zijn nauwelijks datacenters, vrijwel geen toegang tot hoogwaardige AI-chips, en weinig lokale investeringen. Zelfs in samenwerkingsverbanden met het buitenland hebben deze landen zelden zeggenschap over hoe AI ingezet wordt.
“De AI-revolutie is momenteel ontworpen door, en voor, het Globale Noorden,” aldus digitale rechtenorganisaties. “Zonder interventie wordt deze technologie een versterker van bestaande ongelijkheid in plaats van een hefboom voor inclusieve vooruitgang.”
Digitale kolonisatie of kans op samenwerking?
Sommige experts waarschuwen zelfs voor een nieuwe vorm van digitale kolonisatie, waarbij economische machtsblokken hun AI-infrastructuur inzetten om markten te controleren, datastromen te monopoliseren en geopolitieke invloed uit te oefenen.
Maar er is nog hoop. Internationale samenwerkingen, open-source AI-initiatieven en regionale investeringen in rekeninfrastructuur kunnen het tij keren. Organisaties als UNESCO en de Afrikaanse Unie pleiten voor eerlijke toegang tot AI-middelen, kennisdeling en technologische soevereiniteit.
Een keuze die het verschil maakt
De toekomst van AI hoeft niet per definitie ongelijkheid te verdiepen. Maar zonder bewuste actie zal dat precies zijn wat er gebeurt. Zoals een VN-expert het stelde: “AI belooft de wereld te veranderen – maar voor wie?”
Zolang rekenkracht als machtsmiddel wordt gebruikt in plaats van als gedeeld goed, blijft de belofte van een eerlijke digitale toekomst slechts voor enkelen weggelegd. De rest kijkt toe – vanop de zijlijn van de algoritmische elite.
![]() |
The A.I. Race Is Splitting the World Into Haves and Have-NotsAs countries race to power artificial intelligence, a yawning gap is opening around the world. |