Een gesprek dat de toekomst van software hertekent
Tijdens het event AI Ascent 2026 ging Andrej Karpathy, medeoprichter van OpenAI, ex-AI-lead bij Tesla en oprichter van Eureka Labs, in gesprek met Stephanie Zhan van Sequoia Capital.
Wat volgde was geen klassiek techinterview, maar een diepgaande reflectie over hoe AI het fundament van softwareontwikkeling herschrijft. Van “vibe coding” tot een nieuwe discipline: agentic engineering.
De paradox van vooruitgang: Hoe beter AI wordt, hoe meer ontwikkelaars achterlopen
Karpathy verrast met een eerlijke bekentenis: hij voelt zich vandaag vaker “achter” als programmeur dan ooit tevoren.
Niet omdat hij minder weet, maar omdat de snelheid van AI-ontwikkeling exponentieel is geworden. Waar developers vroeger code schreven, sturen ze vandaag steeds vaker systemen aan die zelf code genereren, testen en verbeteren.
De rol verschuift van maker naar regisseur. En dat vraagt een totaal andere mindset.
Software 3.0: Van code schrijven naar intenties sturen
Volgens Karpathy bevinden we ons in een nieuwe fase: Software 3.0.
Waar:
- Software 1.0 = handgeschreven code
- Software 2.0 = neurale netwerken trainen
- Software 3.0 = werken met taal en prompts als programmeertool
In deze wereld is natuurlijke taal de interface geworden. Ontwikkelaars schrijven geen functies meer, maar geven intenties door aan AI-systemen die die intenties uitvoeren.
Van “vibe coding” naar echte engineering
Een jaar geleden introduceerde Karpathy het concept “vibe coding”: intuïtief bouwen met AI, zonder diep technische kennis.
Maar vandaag nuanceert hij dat idee.
“Vibe coding” is slechts het begin. De echte evolutie is agentic engineering: Een discipline waarin ontwikkelaars systemen bouwen van autonome agents die samenwerken, beslissingen nemen en complexe workflows uitvoeren.
Het verschil? Vibe coding is experimenteren. Agentic engineering is structureren, controleren en schalen.
AI als ‘geest’, niet als tool
Een van de meest intrigerende ideeën uit het gesprek: Karpathy beschrijft LLM’s niet als tools of dieren, maar als “geesten”.
Geen stabiele machines, maar statistische entiteiten met grillige capaciteiten:
- Ze zijn extreem goed in sommige taken
- Verrassend zwak in andere
- Moeilijk volledig te voorspellen
Dit vraagt om iets nieuws: Smaak en oordeel.
Succesvolle developers zijn niet langer enkel technisch sterk, maar weten hoe ze AI moeten “aanvoelen”, sturen en corrigeren.
De illusie van controle: Waarom verificatie moeilijk blijft
Een belangrijk knelpunt blijft volgens Karpathy: Verifieerbaarheid.
AI-systemen produceren output die vaak correct lijkt, maar niet altijd controleerbaar is. Zeker bij complexe taken wordt het moeilijk om zekerheid te garanderen.
Dat betekent dat vertrouwen in AI niet alleen gebaseerd is op output, maar op:
- monitoring
- iteratie
- menselijke evaluatie
Volledige automatisering blijft dus voorlopig een illusie.
Denken uitbesteden, begrip niet
Misschien wel de krachtigste boodschap uit het gesprek: Je kunt je denken uitbesteden aan AI, maar nooit je begrip.
AI kan ideeën genereren, code schrijven en oplossingen voorstellen. Maar zonder diep begrip van wat er gebeurt, verliest de gebruiker controle.
In een wereld vol agents wordt begrip de ultieme skill.
Agents overal: De toekomst van werk en leren
Karpathy ziet een toekomst waarin agents overal aanwezig zijn:
- als copilots voor developers
- als autonome systemen binnen bedrijven
- als persoonlijke assistenten voor kenniswerkers
Leren verandert mee. Niet langer focussen op kennis verzamelen, maar op:
- sneller leren
- beter beoordelen
- slimmer samenwerken met AI
Conclusie: De nieuwe elite van developers
De programmeur van morgen is geen klassieke coder meer.
Het is iemand die:
- AI-systemen orkestreert
- agents ontwerpt en beheert
- beslissingen neemt op basis van onzekere output
- en bovenal: kritisch blijft denken
Van vibe naar structuur. Van experiment naar discipline.
Agentic engineering is geen hype, het is de volgende laag bovenop alles wat we vandaag kennen als softwareontwikkeling.









