Kunstmatige intelligentie wordt vaak voorgesteld als de grootste technologische revolutie sinds de industriële revolutie. Toch blijft de beloofde explosie van economische groei voorlopig uit. Volgens Nobelprijswinnaar economie Daron Acemoglu, professor aan MIT, is dat geen toeval. In een uitgebreid gesprek analyseert hij waarom AI nog niet de impact heeft gehad die veel bedrijven, investeerders en beleidsmakers hadden verwacht.
Zijn boodschap is genuanceerd. AI zal de economie ongetwijfeld veranderen, maar niet automatisch, niet overal tegelijk en zeker niet uitsluitend dankzij steeds krachtigere taalmodellen. Uiteindelijk zullen menselijke keuzes bepalen of AI leidt tot brede welvaart of vooral tot meer macht voor een beperkte groep technologiebedrijven.
Twee jaar later: verrassend veel én verrassend weinig veranderd
Toen Acemoglu enkele jaren geleden zijn verwachtingen over AI uitsprak, werd hij door sommigen als te voorzichtig beschouwd. Inmiddels stelt hij vast dat bepaalde ontwikkelingen juist sneller zijn verlopen dan hij had voorzien, terwijl de brede economische impact nog altijd achterblijft.
Vooral de opkomst van zogenaamde agentic AI verraste hem. In plaats van alleen vragen te beantwoorden, kunnen AI-systemen steeds vaker zelfstandig taken plannen, uitvoeren en opvolgen. Daardoor worden ze bruikbaarder voor bedrijven en organisaties.
Tegelijkertijd betekent deze technologische vooruitgang nog niet automatisch dat de totale economie veel productiever wordt.
Agentic AI kan de volgende grote versnelling worden
Volgens Acemoglu ligt de grootste belofte niet in chatbots die tekst produceren, maar in AI-agenten die volledige werkprocessen kunnen ondersteunen.
Dergelijke systemen kunnen zelfstandig informatie verzamelen, beslissingen voorbereiden, meerdere softwareplatformen combineren en repetitieve administratieve taken uitvoeren. Daardoor ontstaat voor bedrijven een veel grotere economische meerwaarde dan met eenvoudige tekstgeneratie.
Toch waarschuwt hij dat deze toepassingen nog in een relatief vroege fase zitten en dat grootschalige invoering tijd vraagt.
AI ontwikkelt zich niet geleidelijk
Een van de opvallendste observaties is dat AI zich niet lineair ontwikkelt.
Soms lijkt de vooruitgang maandenlang beperkt, waarna plots een nieuwe doorbraak de mogelijkheden aanzienlijk vergroot. Dat maakt het moeilijk om voorspellingen te doen over de snelheid waarmee AI de economie werkelijk zal veranderen.
Volgens Acemoglu is juist die onvoorspelbaarheid een belangrijk kenmerk van technologische revoluties.
Is AGI dichterbij dan gedacht?
De discussie over Artificial General Intelligence (AGI) blijft de AI-sector verdelen.
Sommige bedrijven suggereren dat menselijke intelligentie binnenkort volledig kan worden geëvenaard of zelfs overtroffen. Acemoglu blijft daar sceptisch over.
Hoewel de huidige modellen indrukwekkend presteren op specifieke taken, beschikken ze volgens hem nog lang niet over de brede redeneervermogens, flexibiliteit en algemene intelligentie die nodig zijn om werkelijk als menselijk denkvermogen te functioneren.
AGI blijft daarom eerder een langetermijndoel dan een bijna bereikte mijlpaal.
De productiviteitsparadox: Iedereen wint tijd, maar de economie groeit nauwelijks
Misschien wel de belangrijkste economische vraag draait om productiviteit.
Miljoenen werknemers besparen dagelijks tijd dankzij AI. Programmeurs schrijven sneller code, marketeers produceren sneller content en administratieve medewerkers automatiseren routinetaken.
Toch vertalen al die individuele efficiëntiewinsten zich nauwelijks in hogere nationale productiviteit of sterkere economische groei.
Acemoglu vergelijkt dit met eerdere technologische innovaties. Pas wanneer organisaties hun volledige manier van werken aanpassen, ontstaan werkelijk grote economische effecten.
AI alleen is dus onvoldoende; bedrijven moeten ook hun processen fundamenteel herontwerpen.
Waarom bijna niemand bouwt aan AI die werknemers sterker maakt
Een belangrijk punt van kritiek is dat de huidige AI-industrie vooral inzet op automatisering.
Veel investeringen zijn gericht op het vervangen van menselijke arbeid, terwijl volgens Acemoglu minstens evenveel kansen liggen in AI die werknemers juist slimmer, productiever en creatiever maakt.
Deze zogenaamde pro-worker AI ondersteunt mensen in plaats van hen te vervangen.
Juist daar zou volgens hem een veel grotere maatschappelijke én economische opbrengst kunnen ontstaan.
AI Washing: AI als argument voor ontslagen
Steeds vaker kondigen bedrijven reorganisaties aan waarbij AI als belangrijkste reden wordt genoemd.
Acemoglu waarschuwt voor wat hij AI Washing noemt.
Niet elke ontslagronde is werkelijk het gevolg van AI. Soms wordt de technologie gebruikt als een aantrekkelijk verhaal richting aandeelhouders, terwijl de reorganisatie vooral draait om kostenbesparingen of strategische herstructureringen.
Volgens hem is het belangrijk om onderscheid te maken tussen echte technologische veranderingen en marketing.
Is AI tien keer groter dan de industriële revolutie?
Sommige analisten vergelijken AI met de industriële revolutie, maar dan veel sneller en krachtiger.
Acemoglu vindt die vergelijking overdreven.
De industriële revolutie veranderde vrijwel iedere sector van de economie gedurende tientallen jaren. AI kan uiteindelijk een vergelijkbare invloed krijgen, maar het is nog veel te vroeg om te concluderen dat deze revolutie groter of sneller zal zijn.
Welke menselijke vaardigheden blijven waardevol?
Elke technologische revolutie verandert de arbeidsmarkt.
Routinewerk zal steeds vaker geautomatiseerd worden, maar menselijke eigenschappen zoals creativiteit, sociale interactie, kritisch denken, probleemoplossing en samenwerking blijven volgens Acemoglu juist belangrijker worden.
Wie AI leert gebruiken als hulpmiddel, vergroot zijn waarde op de arbeidsmarkt aanzienlijk.
Lijkt AI op de internetzeepbel?
De enorme investeringen in AI roepen herinneringen op aan de internetzeepbel van eind jaren negentig.
Acemoglu ziet duidelijke overeenkomsten.
Ook toen stroomde enorm veel kapitaal naar technologiebedrijven op basis van toekomstverwachtingen. Uiteindelijk bleken veel investeringen te optimistisch.
Toch is er één belangrijk verschil: AI levert vandaag al tastbare toepassingen op, terwijl veel internetbedrijven destijds nauwelijks een werkend verdienmodel hadden.
Kunnen OpenAI en Anthropic hun investeringen ooit terugverdienen?
De bedragen die momenteel worden geïnvesteerd in AI behoren tot de grootste uit de technologiegeschiedenis.
Volgens Acemoglu moeten bedrijven als OpenAI en Anthropic uiteindelijk ongekend hoge inkomsten realiseren om deze investeringen economisch te rechtvaardigen.
Dat betekent dat zij niet alleen uitstekende technologie moeten ontwikkelen, maar ook winstgevende bedrijfsmodellen die op zeer grote schaal functioneren.
Of dat lukt, blijft voorlopig een open vraag.
En hoe zit het met NVIDIA?
Ook de waardering van NVIDIA komt uitgebreid aan bod.
Volgens Acemoglu is het bedrijf zonder twijfel de grootste winnaar van de huidige AI-golf dankzij zijn dominante positie in AI-processoren.
Toch blijft de vraag bestaan of de huidige beurswaarde volledig houdbaar is wanneer de markt uiteindelijk stabiliseert en de vraag naar nieuwe AI-infrastructuur afneemt.
De toekomst van AI wordt door een kleine groep bepaald
Een terugkerend thema is de concentratie van macht.
Steeds minder bedrijven beschikken over de financiële middelen, de datacenters en de gespecialiseerde chips om de meest geavanceerde AI-modellen te ontwikkelen.
Daardoor dreigt de richting van AI grotendeels bepaald te worden door een beperkte groep technologiebedrijven.
Volgens Acemoglu is dat niet alleen een economisch, maar ook een democratisch vraagstuk.
Regelgeving loopt voortdurend achter
Ook over regelgeving is hij kritisch.
Overheden reageren meestal pas nadat nieuwe technologie al breed is ingevoerd.
Volgens Acemoglu zou regelgeving veel eerder moeten nadenken over maatschappelijke gevolgen, arbeidsmarkt, concurrentie, privacy en machtsconcentratie.
Proactief beleid voorkomt dat problemen pas worden aangepakt wanneer ze al diep in de samenleving zijn doorgedrongen.
De maatschappelijke gevolgen zijn nog moeilijk te voorspellen
De ontwikkeling van AI verloopt sneller dan het wetenschappelijk inzicht in de gevolgen ervan.
Niemand weet precies hoe AI het onderwijs, de arbeidsmarkt, creativiteit, sociale relaties en economische ongelijkheid uiteindelijk zal beïnvloeden.
Daarom pleit Acemoglu voor meer voorzichtigheid en uitgebreid onderzoek voordat nieuwe technologie massaal wordt uitgerold.
Jongeren moeten AI leren gebruiken, niet ervan afhankelijk worden
Ook het onderwijs staat voor grote uitdagingen.
AI kan leren versnellen, uitleg personaliseren en complexe informatie toegankelijker maken.
Maar wanneer studenten steeds minder zelf analyseren, schrijven en redeneren, bestaat het risico dat fundamentele vaardigheden afnemen.
Volgens Acemoglu moet AI daarom dienen als ondersteuning van menselijke ontwikkeling, niet als vervanging ervan.
Belastingen, basisinkomen en de toekomst van werk
Wanneer AI steeds meer werk automatiseert, ontstaan ook nieuwe politieke vragen.
Moeten bedrijven belasting betalen op AI-systemen die menselijke arbeid vervangen? Is een universeel basisinkomen ooit noodzakelijk? Hoe blijft de welvaart eerlijk verdeeld wanneer productiviteit stijgt maar werkgelegenheid verandert?
Acemoglu ziet deze discussies als onvermijdelijk, al waarschuwt hij dat eenvoudige oplossingen zelden voldoende zijn voor zulke complexe economische veranderingen.
De richting van AI ligt nog niet vast
Ondanks alle technologische vooruitgang sluit Acemoglu af met een opvallend optimistische boodschap.
De toekomst van AI staat nog niet vast. Bedrijven, overheden, onderzoekers en burgers kunnen nog altijd bepalen welke toepassingen prioriteit krijgen.
Kiezen zij vooral voor automatisering en kostenbesparing, dan zullen de economische voordelen beperkt blijven tot een kleine groep. Kiezen zij voor AI die mensen ondersteunt, vaardigheden versterkt en nieuwe economische kansen creëert, dan kan kunstmatige intelligentie uitgroeien tot een technologie die brede welvaart stimuleert.
De echte AI-revolutie draait volgens hem daarom niet alleen om betere algoritmen, maar vooral om de keuzes die de samenleving vandaag maakt.









