Terwijl de techwereld geobsedeerd is door flitsende interfaces en pratende chatbots, kiest Jake Stauch voor een radicaal andere aanpak. De oprichter en CEO van Serval bouwt aan het ‘ServiceNow voor het AI-tijdperk’. Zijn meest tegendraadse overtuiging? Enterprise-software moet saai en vertrouwd ogen, maar onder de motorkap beschikken over een onbeperkte intelligentie. In gesprek met Pat Grady van Sequoia Capital deelt Stauch zijn visie op de toekomst van IT-beheer.
De paradox van de vertrouwde interface
Wie denkt aan de toekomst van kunstmatige intelligentie, ziet vaak futuristische dashboards voor zich. Serval breekt met dat beeld. Stauch is ervan overtuigd dat zakelijke software in de basis herkenbaar en 'saai' moet blijven. De revolutie zit hem niet in de buitenkant, maar in de architectuur. Serval heeft een strikte functiescheiding doorgevoerd en verdeelt het werk over twee specifieke AI-agenten: de admin-agent en de helpdesk-agent.
De admin-agent maakt gebruik van codegeneratie om op basis van alledaagse menselijke taal complete workflows uit de grond te stampen. De helpdesk-agent daarentegen opereert binnen strakke kaders; deze mag uitsluitend actie ondernemen via de tools die door de beheerders expliciet zijn goedgekeurd. Deze dubbele structuur garandeert zowel flexibiliteit als absolute controle binnen de IT-infrastructuur.
Een pragmatische cocktail van AI-modellen
Opvallend is Servals pragmatische benadering van LLM's (Large Language Models). Het bedrijf gelooft niet in een one-size-fits-all-oplossing. Voor de interactie met eindgebruikers vertrouwt het team op de modellen van OpenAI. Maar wanneer er code gegenereerd moet worden, schakelen ze over naar de modellen van Anthropic.
Het managen van deze systemen is echter een constante evenwichtsoefening. Stauch legt uit dat de lancering van een nieuw, geavanceerder model niet automatisch voor betere resultaten zorgt. Soms moet het team een update noodgedwongen terugdraaien. De reden? Een update kan de zorgvuldig afgestelde 'prompt tuning' volledig in de war schoppen, waardoor het systeem onvoorspelbaar wordt.
De angst voor techgiganten en de kunst van het inkrimpen
Veel startups vrezen dat de grote AI-laboratoria (zoals OpenAI of Google) hun markt zullen overnemen door zelf enterprise-oplossingen te gaan bouwen. Stauch deelt die angst niet. Hij is ervan overtuigd dat de echte toegevoegde waarde ligt in de specifieke, diepgaande integratie binnen bedrijfsprocessen, iets waar de fundamentele labs zich simpelweg niet op richten.
De grootste uitdaging voor de toekomst ligt volgens Stauch dan ook niet bij de concurrentie, maar bij het eigen team. In een wereld waar softwareproducten door de razendsnelle technologische ontwikkelingen mogelijk elke zes maanden volledig herbouwd moeten worden, is traditionele schaalvergroting een valkuil. Serval zweert bij de filosofie van "fewer, better": een klein, uitzonderlijk getalenteerd team aannemen. Volgens Stauch is dat in dit dynamische AI-tijdperk de enige duurzame concurrentievoorsprong die er echt toe doet.









